Infectieziekten
Bacteriële ziekten
Een bacterie is een bepaald soort eencellig organisme zonder nucleus. Bacteriën behoren tot de oudste en talrijkste organismen op aarde. Ze komen voor in de bodem, in het water en in veel meercellige organismen. Ze zijn meestal niet groter dan enkele micrometer.
Enkele bekende bacteriën zijn:
bacillus anthracis escherichia coli helicobacter pylori mycobacterium tuberculosis neisseria gonorrhoeae neisseria menigitidis rickettsiae salmonella typhimurium staphylococcus aureus streptococcus pyogenes treponema pallidum thiomargarita namibiensis yersinia pestis
Bacteriële infectieziekten zijn onder meer:
anthrax -- bacteriële meningitis -- brucellose -- pest -- campylobacteriose -- cholera -- dyfterie -- epidemische tyfus -- gonorroe -- ziekte van Hansen -- legionella -- lepra -- leptospirose -- listeriose -- ziekte van Lyme -- MRSA-infectie -- nocardiosis -- kinkhoest -- pneumonie -- psittacose -- Q-koorts -- Rocky Mountain Spotted Fever (RMSF) -- salmonellose -- roodvonk -- dysenterie -- syfilis -- tetanus -- trachoma -- tuberculose -- tularemie -- tyfuskoorts -- tyfus
Virale ziekten
Virussen zijn de kleinste parasieten. Ze zijn voor hun vermeerdering volledig afhankelijk van cellen (bacteriële, plantaardige of dierlijke). Virussen bestaan uit een omhulsel van proteïnen en soms vetten, en een kern van nucleïnezuur met RNA of DNA. In veel gevallen dringt deze kern door in een vatbare cel en initieert de infectie.
Virussen zijn tussen 0,02 en 0,3 micron groot en zijn alleen zichtbaar onder een elektronenmicroscoop.
Enkele honderden verschillende virussen kunnen infecties overbrengen op mensen. Omdat veel virussen pas sinds kort zijn ontdekt, zijn de klinische verschijnselen daarvan nog niet helemaal bekend. Veel virussen infecteren de gastheer zonder symptomen te geven. Desondanks vormen ze vanwege hun wijdverspreide en soms universele aanwezigheid een belangrijk gezondheidsprobleem en een bedreiging van de volksgezondheid.
Virussen die primair mensen infecteren verspreiden zich voornamelijk via respiratoire en fecale excretie. Deze virussen komen wereldwijd voor, maar de verspreiding wordt beperkt door aangeboren afweer, voorafgaande vaccinatie, sanitaire en andere maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid, en profylactische toediening van antivirale geneesmiddelen. Virussen die zoönosen veroorzaken, volbrengen hun biologische cyclus voornamelijk in dieren; de mens is een secundaire of toevallige gastheer. Deze virussen beperken zich tot gebieden en omgevingen die hun niet-menselijke, natuurlijke besmettingscyclus ondersteunen (vertebraten of arthropoden of beide).
Virale ziekten zijn onder meer:
AIDS -- HIV -- waterpokken of varicella -- gewone verkoudheid -- cytomegalovirus -- Colorado-tekenkoorts -- dengue -- ebola -- epidemische parotitis -- griep -- mond- en klauwzeer -- hepatitis -- herpes zoster -- influenza -- Lassa-koorts -- mazelen -- Marburg-koorts -- mononucleose -- bof -- poliomyelitis -- progressieve multifocale leukencephalopathie -- rabies -- rubella -- SARS -- pokken of variola -- virale meningitis -- West Nijl-koorts -- gele koorts