De nieuwe Europese norm EN 13779 heeft tot doel om in alle seizoenen een aangenaam en gezond binnenmilieu te creëren tegen acceptabele installatie- en exploitatiekosten. Het is tegenwoordig een nationale norm in alle landen. Deze norm definieert de vereiste filterprestaties in een systeem om een goede binnenluchtkwaliteit (IAQ) te bereiken. Hierbij wordt rekening gehouden met de buitenlucht. De buitenlucht wordt onderverdeeld in 5 niveaus, van ODA 1 waarbij de lucht zuiver is met uitzondering van tijdelijke verontreiniging zoals pollen, tot ODA 5 met hoge concentraties gassen en fijn stof. Onder fijn stof verstaat men het totale aantal vaste en vloeibare deeltjes in de buitenlucht. De meeste richtlijnen voor buitenlucht verwijzen nog naar PM10 (deeltjesdiameter van maximaal 10 µm). Men raakt er echter steeds meer van overtuigd dat voor de bescherming van de volksgezondheid meer aandacht moet worden besteed aan deeltjes die veel kleiner zijn dan 10 µm. De verontreinigende stoffen in de vorm van gas hebben betrekking op concentraties van CO2, CO, NO2, SO2 en vluchtige organische stoffen (VOS).
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de concentratieniveaus in de buitenlucht, en een voorstel voor de onderverdeling van de kwaliteit in categorieën.

Bij de nieuwe norm wordt de binnenluchtkwaliteit onderverdeeld van IDA 4 (lage IAQ) tot IDA 1 (hoge IAQ). Meting van CO2-niveaus is een traditionele, maar beperkte methode om de IAQ vast te stellen. CO2 is het product van de ademhaling van mensen. Het kan worden gebruik voor het bepalen van doelmatige ventilatie, maar niet van de absolute luchtkwaliteit. Een andere gevestigde methode voor ruimtes waarin mensen werken, is het opgeven van de hoeveelheid toegevoegde buitenlucht per persoon. Deze waarden worden meestal gebruikt om de grootte van het ventilatiesysteem te bepalen. De volgende tabel geeft een overzicht van CO2-niveaus en de hoeveelheid toegevoegde buitenlucht die nodig is om de verschillende categorieën binnenluchtkwaliteit te bereiken. Let erop dat bij beide methoden geen rekening wordt gehouden met verontreinigende stoffen in de vorm van deeltjes of gas die via de buitenlucht het gebouw binnenkomen.



