Bij verbranding ontstaan H2O, NO, NO2, CO, CO2 en deeltjes. Bij verbranding komen ook koolwaterstofgassen, dampen en organische deeltjes vrij. Verontreinigingen zoals metalen, mercaptanen, zwaveloxiden en ander deeltjes kunnen worden uitgestoten. Veel deeltjes zijn groot en slaan neer, maar submicrondeeltjes blijven lange tijd in de lucht aanwezig.
Het branden van gasverwarmers produceert NO2 en CO die naar buiten moeten worden geblazen. Ruimteverwarmers stoten deeltjes, CO, NO2 en soms SO2 uit. Gasfornuizen stoten deeltjes en gassen uit. Hout- en steenkoolfornuizen stoten deeltjes uit als het fornuis wordt geopend voor bijvullen. Open haarden stoten continu deeltjes uit.
Interne verbrandingsmotoren kunnen een bron van binnenluchtvervuiling zijn in kantoren, scholen, ziekenhuizen, hotels, winkelcentra en winkels die grenzen aan garages. Het autogebruik heeft zeker bijgedragen aan de toegenomen vervuiling van de buitenlucht door gassen en fijn stof.
Terug naar Bronnen