Virussen, bacteriën, sporen van schimmels, protozoën, algen, huidschilfers van dieren en excretie van dieren en insecten zijn voorbeelden van microbiologische contaminanten. Deze contaminanten overleven en reproduceren zich vaak in microklimaten, zoals vochtige kelders en badkamers. Niet goed ingestelde en onderhouden verwarmingsbuizen en condensafvoerbakken, en condens en vocht in koelkasten en luchtkanalen vormen vaak een ideaal microklimaat. Ook luchtbevochtigers waarin het water niet wordt verhit, kunnen een bron van microbiologische vervuiling zijn.
Het is belangrijk om de relatieve vochtigheid onder of op 70% te houden om te voorkomen dat allerlei materiaal in gebouwen water absorbeert en de groei van schimmels wordt bevorderd. Het vochtigheidsniveau van koele oppervlakken kan door condensatie boven de 70% stijgen. Microbiologische organismen kunnen alleen een negatieve invloed hebben op de mensen in een gebouw als daar een gunstig milieu voor de organismen heerst en de mensen met de contaminant in aanraking komen.
Terug naar Bronnen